Luberisse Celestin

Tekst: Eva Breukink
Fotografie: Studiorootz | Berber van Beek

Haïtiaanse basis

Luberisse Celestin (1979) staat midden tussen zijn geiten en schapen. Regenlaarzen aan, doek om zijn hoofd, de blouse met mouwen opgeknoopt zodat zijn buik koel blijft. Het lammetje in zijn armen drinkt gulzig uit het flesje met melk. Dochtertje Dialine van acht jaar kijkt aandachtig toe hoe haar vader de dieren verzorgt. Zoon Jean (16) is achter op het land aan het werk. Precies zoals zijn eigen kinderen nu, heeft Celestin in Haïti op jonge leeftijd de kneepjes van het boerenleven meegekregen van zijn familie. Gewoon door mee te kijken en mee te helpen. Ouders, opa en oma, ooms en tantes, ze zitten allemaal in de groente- en fruitteelt. Maar pas op Curaçao zet Luberisse Celestin een toekomst als politieagent uit zijn hoofd.

Hij is 21 jaar als hij in februari 2001 naar het eiland komt voor het Tumbafestival. Luberisse houdt van muziek, het ritme, de zang. Het is zijn manier om zijn hoofd leeg te maken. Als hij van vrienden over het festival op Curaçao hoort, wil hij er heen om de tumbamuziek zelf live te horen. Celestin gaat nooit meer weg. De hechte Haïtiaanse gemeenschap is zijn nieuwe Curaçaose familie en helpt hem met onderdak en werk. Hij rolt van de ene in de andere job.

Op Banda Ariba grijpen Celestin en zijn vrouw Joselene hun kans. Hier bouwen ze vanaf 2012 hun eigen plantage op. Helemaal van scratch. Het is hard werken en zeker niet altijd gemakkelijk. Toch zouden ze niets anders willen. Want hier draait het allemaal om. Zonder voedsel valt alles stil. Ook de economie. Dat besef heeft lang niet iedereen. Dus moet Celestin zijn eigen kinderen uitleggen dat het werk van een boer niet ‘vies’ is, zoals ze van anderen horen, maar juist belangrijk en waardevol.

Samen delen

“We staan vroeg op, vier of vijf uur in de ochtend, en gaan ’s avonds om ongeveer tien uur slapen. ’s Nachts ga ik er soms uit om de dieren te controleren. Dan kijk ik meteen even of alles in orde is met de regenbak en op het land. We werken hard en doen wat we kunnen op een dag. Als we zes tot acht uur kunnen werken, ben ik tevreden. Een boer produceert nooit alleen voor zichzelf, maar voor de hele bevolking. We helpen elkaar en als het kan delen we wat we hebben. Alleen zo, door de handen ineen te slaan, komen we vooruit. Samen.”

Alleen samen komen we vooruit.

LUBERISSE CELESTIN -

“Het leven is een groot goed, daar ben ik me van bewust. Het is belangrijk dat we voor elkaar zorgen, want niet iedereen krijgt dezelfde kansen. De een is slimmer dan de ander. De een heeft meer tegenslagen dan de ander. Maar elk mens doet er toe. Een leven zonder liefde, zonder contact met anderen, dat is geen leven. We hebben elkaar nodig. Ik probeer lief en aardig te zijn voor iedereen.

Nee, het telen van groente en fruit is niet moeilijk. Als je het leuk vindt en met liefde doet, leer je het snel. Ja, je moet echt liefde hebben voor dit werk. Net als een ouder voor de kinderen, is een boer verantwoordelijk voor de verzorging van zijn planten en dieren. Ik ben tevreden met wat ik heb. De ene dag is er genoeg om een groot brood te kopen, de andere dag alleen voor een klein broodje. Luxe is niet belangrijk. Een mens is mooi, maar niet om de kleren die hij draagt en de dure spullen die hij heeft.”

Gezondheid begint met gezond eten.

LUBERISSE CELESTIN -

“We zouden meer waardering moeten hebben voor wat we zelf verbouwen op het eiland. Veel mensen associëren het werken op het land nog met de slavenarbeid van vroeger. Ze houden van dansen in een hòfi en lekker eten, maar staan er niet bij stil waar die producten vandaan komen. Wat zoek je als je naar de supermarkt gaat? Iets om te eten! Waar komt dat vandaan? Uit de grond! Wij boeren zorgen, over de hele wereld, voor het voedsel. Dat verdient veel respect. Eten komt op de eerste plaats.”

“Gezondheid begint met gezond eten. Een mens moet eten. Wie niet goed eet, kan niets, ook de mannen en vrouwen in pak achter een computer op een kantoor niet. Op Curaçao is nog veel grond vrij om voedsel te produceren, maar alles draait om geld. Het zou goed zijn als er meer aandacht was voor de problemen van de boeren, om ervoor te zorgen dat de bevolking ook in de toekomst genoeg te eten heeft. Dat is goed voor het hele land. In je eentje bereik je niet veel, maar met elkaar wel. Samen kunnen we de economie vooruithelpen.”

Van mondi tot hòfi

Celestin schat zijn plantage op zo’n twee hectare. Anno 2022 is het land bebouwd met allerlei soorten groentes en fruitbomen. Wie over de wat hoger gelegen weg komt aanrijden, ziet van veraf de papaja- en kokosbomen die boven alles uitsteken. Heel wat anders dan toen Celestin en zijn vrouw Joselene besloten hier een boerderij te beginnen. Dan is er niets. Het is een wildernis, een en al ‘mondi’. De grond is begroeid met onkruid en wilde struiken en bomen. Het verlaten en afgelegen terrein wordt gebruikt om afval te dumpen en gestolen auto’s te strippen.

In de afgelopen jaren toveren de twee de mondi om in een vruchtbaar hòfi. Elk zaadje is door henzelf in de grond gestopt, elke steen van hun huis hebben zij zelf gelegd en alle installaties heeft Celestin zelf gebouwd. De twee wonen met hun twee kinderen in een huis op het terrein. Pal daarnaast ligt het omheinde erf met 52 geiten en vijftien schapen. De dieren krijgen de restjes groente en fruit van het land en dragen bij in de productie met geitenmelk en schapenvlees. Twee grote waterbakken achter het hok zijn tot de rand gevuld.

Een paar stappen verder loop je zo de plantage op. Overal hoor je het gekraak en gepiep van de molens die het water uit de putten halen. Achter het bos met papaja-, kokos- en bananenbomen liggen de uitgestrekte akkers met groentes en kruiden. Hier, op het open veld in de felle zon en de harde wind, groeien onder andere tomaten, komkommers, zoete aardappel, oker, aubergine, yucca, meloen en pompoen. Hier teelt Celestin, onder schaduwgaas als bescherming tegen de felle zon, koriander, peterselie en andere kruiden. Zo is wat eens een onbegaanbare mondi was, uitgegroeid tot een natuurlijke apotheek vol met gezonde en geneeskrachtige gewassen.

Elkaar helpen en als het kan delen wat je hebt.

LUBERISSE CELESTIN -

Cirkel van het leven

Ploegen, zaaien, oogsten. Op het land speelt zich in het klein de cirkel van het leven af. Iedere dag weer. Hoeveel, hoe vaak en wanneer wordt gezaaid en geoogst, verschilt per gewas. Celestin heeft bewust gekozen voor een gevarieerd en uitgebreid assortiment van groentes en fruit. Zo heeft zijn gezin in ieder geval elke dag te eten en is hij flexibel naar afnemers toe, zoals supermarkten en restaurants. Want elk gewas heeft een eigen levenscyclus. Bananen, yucca en papaja zijn na zes, zeven maanden klaar om te oogsten, maar peultjes en komkommer al na zes, zeven dagen. Koriander kan na twee weken van het land, warmoes na zes weken.

De gewassen rouleren. De akker is opgedeeld in lappen grond met lager liggende kanalen. Daarin komen de zaadjes of kweekplantjes. Dan is het een kwestie van wieden en water geven en vooral in de gaten houden. Zoals voor zijn eigen kinderen, met dezelfde toewijding en liefde, zo zorgt Celestin voor zijn gewassen. Ze krijgen zo nu en dan wat extra vitamines. Als het nodig is worden ze behandeld met biologisch gif, bijvoorbeeld tegen ‘pispis’, bladluis.

Drie putten en twee regenbakken

Op Haïti groeien dezelfde gewassen in dezelfde barre omstandigheden met een brandende zon en harde wind. Net als op Curaçao is de beschikbaarheid van water een van de grootste zorgen. Maar daar kunnen de boeren een deel van het jaar nog terugvallen op het water uit de rivieren. Hier heeft Celestin andere oplossingen gevonden om van voldoende water verzekerd te zijn. Hij heeft op drie hoeken van de plantage putten geslagen. De molens erboven halen het water uit de grond. Dat wordt vervolgens via buizen en leidingen naar de gewassen gepompt.

Het hele systeem van putten, molens en leidingen, heeft Celestin zelf in elkaar gesleuteld. Vooral het waterpas plaatsen van de poten van de molen vraagt veel kennis. Hoe dat allemaal werkt, leerde hij uit boeken en door bedrijven via e-mails om advies te vragen. Die kennis komt nog altijd goed van pas als er iets kapot is. Celestin doet ook zelf het onderhoud en de reparaties van zijn bewateringssysteem.

Naast het putwater krijgen de planten water uit de twee regenbakken die zijn aangesloten op het irrigatiesysteem. Bij de akkers zelf is het toch weer handwerk. Buizen en slangen verplaatsen, kranen open en dicht draaien. Dat is iets wat elke dag op het programma staat. Voor Celestin voelt het als een wedstrijd. Als het ene deel van de plantage voldoende water heeft gehad, is een ander deel weer dorstig.

Dripsysteem met computer

Met z’n drietjes en de hulp van twee of drie extra krachten lukt het Celestin, zijn vrouw en zoon de plantage op orde te houden. Alle energie en toewijding stopt het gezin in de bewerking van het terrein. Als het even kan, kiezen zij voor vernieuwing. Ander zaad, betere ziektebestrijders of een oplossing om de gewassen tegen de felle zon te beschermen, bijvoorbeeld met schaduwgaas.

Als hij er het geld voor had, zou Celestin investeren in een dripsysteem met computer, zodat de irrigatie automatisch en in fases kan worden geregeld. De productie zou direct omhoogschieten. Net zoals met een eigen tractor en machines. Dan heeft hij alles in eigen hand en kan zijn eigen planning volgen. Dan neemt het bedrijf een flinke stap vooruit.

Het zou mooi zijn. Maar ze doen het met wat ze hebben. Geld verdienen staat nooit op de eerste plaats voor Luberisse en Joselene. Zij halen hun voldoening uit de oogst van gezonde groentes en fruit. Ook als de opbrengst wat tegenvalt, is er altijd genoeg te eten, vers van het land.

Voedsel komt op de eerste plaats.

LUBERISSE CELESTIN -

Kijk! Wat onze zesde boer, Luberisse Celestin, te zeggen heeft!

MAAK KENNIS MET MEER BOEREN