Het liefst is hij de hele dag in de tuin bezig met zijn plantjes, toch kiest Siegmar Sophia (1988) na de middelbare school voor een studie elektrotechniek. Eenvoudigweg omdat er nu eenmaal geen landbouwopleiding op het eiland is. Anders had hij het wel geweten. Siegmar is nog maar acht, negen jaar oud als hij al de eerste zaadjes in de grond stopt op het landje bij het huis op Bándabou. Samen met zijn moeder verzorgt hij de planten, maar anders dan zij houdt hij niet van bloemen om naar te kijken, maar van gewassen die je kunt eten.
Het tuinbouwen raakt wat op de achtergrond in de jaren dat hij als elektro- en ICT-monteur werkt en in zijn vrije tijd muziek maakt. Zijn boerenhart gaat weer kloppen in de kas met aardbeien en tomaten bij Kurá Hulanda Lodge in Westpunt. Die is voorzien van de meeste moderne technische snufjes en volledig geautomatiseerd. Daar ziet Sophia wat er mogelijk is als je investeert in de groente- en fruitteelt, zelfs op een eiland in de tropen. In 2015 solliciteert hij bij overheidsstichting Soltuna en kan een paar dagen later direct aan de slag. En zo is hij weer elke dag bezig met wat zo goed als zijn tweede natuur is: het verzorgen van planten. Dat maakt hem een blij en vrolijk mens. Het werk in de kassen en de kwekerij van Soltuna en de zekerheid van een maandelijks inkomen, geven hem rust. Maar Sophia heeft zijn dromen. Hij wil meer bereiken en nieuwe dingen ontdekken.
“Ik vind alles leuk aan dit werk. Zaaien, overpotten, bemesten, water geven. Maar het mooiste is het oogsten. De groentes en het fruit. Dan zie je het resultaat van al die inspanningen. Hepa, wauw! Op dat moment voel ik me echt super happy. Ik ben altijd vrolijk, maar net zoals iedereen draag ik mijn verdriet. Daar praat ik liever niet over. Het is mijn pijn, daar wil ik een ander niet mee opzadelen. Ik blijf met mijn pijn, vanbinnen. Hier, bij Soltuna, heb ik geleerd in een team te werken. Al die verschillende karakters, je moet een manier vinden om daarmee om te gaan.”
“Van nature ben ik erg op mezelf, ik kan goed alleen zijn. Thuis, met mijn eigen plantjes. Ik had ook varkens en kippen, maar die zijn geslacht en heb ik verdeeld onder vrienden en familie. Ik kook graag en luister naar muziek. Uitgaan? Ai, nò! Een goed boek is beter, Engels, Spaans of Nederlands. Je kunt even de hoofdrolspeler zijn, voelen wat die voelt. Als het een liefdesverhaal is, ja, dan moet ik soms wel even huilen. Televisie kijken of een spelletje op de telefoon, ik doe het wel, maar ik heb er snel genoeg van.”
“Als ik zo bezig ben op het land, denk ik na, over van alles. De hele dag komen er gedachten in mij op. Dan kijk ik naar een mierennest en zie hoe die beestjes met elkaar omgaan. Daar kan ik heel lang naar kijken. Op zo’n moment komen de vragen naar boven. Zijn er andere wezens die wij niet zien? Wie houdt ons in de gaten? Ik ben katholiek opgevoed. Maar religie maakt mentale slaven van mensen, omdat het oplegt wat wel en niet mag, wat je moet doen. Het is wel belangrijk dat je ergens op terug kunt vallen. Mijn basis is het katholicisme, maar mijn geloof is vrijheid, energie. Dat zie je bijvoorbeeld als je een plant water geeft en je praat of zingt wat. Dan buigt die zich naar jou toe. Let maar eens op! Hoe dat werkt weet ik niet, maar het is zo.”
“Ik hoop ooit mijn eigen bedrijf te hebben. Dat is mijn droom. Eerst een terrein, maar dat is het nu net. Je hoort overal dat we meer zelf moeten verbouwen, maar als je zoekt naar financiering en begeleiding, is er niemand om je te helpen. Als je niet weet hoe je een plan van aanpak moet schrijven of een businessplan, hoe ga je dan een terrein krijgen?”
Zaaien, overpotten, bemesten. Ik vind alles leuk aan dit werk.
“Dan kun je niets doen. Dat is waarom Curaçao niet verder komt. Het gaat niet alleen om mijzelf, ik wil anderen helpen. Zelf heb ik ook een tijdje geen werk gehad en werd vaak afgewezen, maar hier bij Soltuna was ik welkom.”
“Je hoeft niet afhankelijk te zijn van voedselpakketten. Als ik van iemand een tomaat krijg, dan open ik die en haal de zaadjes eruit. Die plant ik om meer tomaten te krijgen. Wat doen de meeste kinderen op Curaçao? Je geeft ze een gulden en ze kopen er snoep van. Ze sparen niet, dat is ze nooit bijgebracht. Vallen en opstaan, natuurlijk! Dat is het hele leven. Je leert van de fouten die je maakt. Het mooie dat mij is overkomen, wil ik ook voor anderen. Ik wil mijn kennis en ervaring delen. Want we kunnen het, een bedrijf leiden, daar hoeven we geen mensen voor uit het buitenland te halen. We hebben het alleen nooit geleerd.”
Op het terrein van Soltuna in De Savaan staan kassen voor de teelt van groentes en fruit. De constructie beschermt de planten tegen ongewenste bezoekers; insecten, hagedissen, leguanen, maar ook dieven. Het plastic en schaduwgaas op het dak houden de felle zon tegen. Door het klimaat in de kas hebben de gewassen minder water en mest nodig. De temperatuur loopt op tot 34 graden Celsius. Pepers, komkommers, paprika en bladgroentes bijvoorbeeld, doen het goed in zo’n warme, vochtige omgeving.
Soltuna is aangesloten op de waterzuiveringsinstallatie bij Klein Hofje. Het water wordt naar De Savaan gepompt en daar in een reservoir opgeslagen. Via buizen komt het bij de planten in de kas. Bemesten gaat op basis van de wereldwijd gebruikte venturi-techniek. De diameter van de buis neemt af bij instroom en weer toe bij uitstroom. De stroomsnelheid en drukverlaging die daardoor ontstaat, maakt het mogelijk met een zij-aansluiting vloeistoffen, zoals vloeibare kunstmest, te injecteren, die dan door het systeem worden aangezogen. Het water van Klein Hofje is gerecycled en bevat al aardig wat voedingsstoffen. Heel veel hoeft er daarom niet aan toegevoegd te worden. Buiten de kassen is ruimte voor gewassen die juist wat meer zon nodig hebben, zoals pompoen en papaya. Of de planten nu in de kas groeien of op het land, opletten is het motto! Hoe zien de bladeren eruit, de stam? Heerst er een ziekte? Als er iets mis is, moet je zorgen dat je er op tijd bij bent.
Een eigen bedrijf. Dat is mijn droom.
Sophia werkt ook in de kwekerij. Daar staan de jonge plantjes rijen dik in bakken. Zoals kleine kinderen, vragen ook deze ‘baby’s’ extra zorg en aandacht. Vroeg in de ochtend, in ieder geval voor tien uur, als het nog lekker koel is, gaan de medewerkers van Soltuna met een sproeier met kraanwater langs de bakjes. Anders dan het water van Klein Hofje, bevat het leidingwater niet voldoende nutriënten. Voor een gezonde groei hebben de planten stikstof, fosfor en kalium nodig. Als de conditie van de plantjes achteruitgaat, wordt die weer op peil gebracht door meststof en vitamines aan het water toe te voegen. Sophia en zijn collega’s hebben hun handen vol aan het zaaien, verspenen, water geven, bemesten en overpotten. Daarnaast zijn er altijd wel onderhoudsklusjes te doen. Geen dag is hetzelfde in de tuinbouw!
Als ik zo bezig ben op het land denk ik over van alles na.
In de kwekerij groeien vanuit de zaadjes gezonde, jonge plantjes. Een deel daarvan gaat naar de tuinders op het eiland. Die krijgen na ongeveer vijf weken hun bestelling van minimaal 48 planten geleverd. Soltuna is vooral bekend van de ‘plantjesdag’. Traditioneel is die elke drie maanden, op de laatste zaterdag van de derde maand. Dan kan iedereen die dat wil een of meer plantjes kopen bij Soltuna. Een feestje met vaak meer dan honderd bezoekers!
Zo helpt de stichting mensen die bij hun huis op kleine schaal wat groente en fruit willen verbouwen. Tegelijkertijd draagt de dag bij aan het bewustzijn dat je met de keuze voor lokale producten werkelijk een verschil maakt. Want als de Curaçaose consumenten massaal overgaan op het kopen en eten van lokaal voedsel, kan de landbouwsector groeien met zeker een verdubbeling van de productie.
IOp het terrein, in de kassen en in de kwekerij teelt Soltuna een groot aantal gewassen, afhankelijk van de vraag. Een greep uit het assortiment. Groentes: pepers, vlees- en kerstomaten, komkommer, rode okra (yambo), selderij, peterselie, kousenband, antroewa, aubergine, sla, Chinese kool, paksoi, pompoen. Kruiden: rozemarijn, citroengras, oregano, basilicum, kamille, dille, tijm, munt en gember. Fruit: lamunchi (limoen), pachita, schubappel (skopapel), banaan.
Een van de kerntaken van Soltuna is de groente- en fruitproductie van het eiland centraal in te zamelen en naar de supermarkten te brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag leveren de boeren hun producten. Die worden gewogen, in rijen gestapeld en verdeeld over de trucks, samen met de oogst van Soltuna zelf, en bij de afnemers afgeleverd. Achterliggende gedachte is dat met centrale inzameling betere prijsafspraken en betalingsregelingen gemaakt kunnen worden met de super- en minimarkten. Het is belangrijk dat zo veel mogelijk boeren zich aansluiten om de sector meer zekerheid te kunnen bieden wat betreft afname van de productie en een inkomen. Dan kan de boer zich volledig concentreren op datgene waar zijn kracht ligt: het telen van gewassen.
De Stichting Ontwikkeling Land- en Tuinbouw Nederlandse Antillen (Soltuna) werd in 1973 opgericht met het doel de landbouwsector op de eilanden te ontwikkelen. Soltuna beheert namens de overheid ongeveer 40 hectare landbouwgrond. Pieter van Baren, sinds augustus 2022 directeur van de stichting, heeft vier medewerkers in vaste dienst en enkele tijdelijke krachten. De focus ligt, vanwege het beschikbare budget, nu op het beheer en onderhoud van de terreinen en groente- en fruitteelt op kleine schaal.
Maar Van Baren wil graag een stapje verder en denkt dan aan het geven van trainingen en cursussen aan de boeren en aspirant-tuinders. Hij denkt dat Soltuna met meer subsidie een rol van betekenis kan spelen. De stichting kan de sector helpen met gerichte programma’s voor het zaaien en oogsten van producten en een deel van de administratie van de bedrijven uit handen nemen. Soltuna wil verder en uitgroeien tot een veilige buffer op twee fronten: eerlijke prijzen voor de consument en voedselgarantie voor de overheid.