Tekst: Eva Breukink; Fotografie: Studiorootz | Berber van Beek
Boerin Yeimar runt samen met haar man Alfredo, zijn neef Andres en haar schoonmoeder Maria de boerderij Di Nos Tera Organic Farm. Wie had dat zes jaar geleden gedacht? Dan verdient Yeimar haar geld nog als schoonmaakster.
Zo gek is het niet. Yeimar komt uit een boerengezin. Ze groeit op in Zuid-Amerika. Haar vader teelt daar groentes en houdt kippen. Niets voor haar, lijkt het. Totdat ze Alfredo leert kennen.
“Ik wilde nooit boerin worden, maar nu vind ik het echt leuk. Van onze ouders leerden we traditionele teeltmethodes en zelf ontdekken we welke moderne technieken mogelijk zijn.”
Hier op Bándariba woont haar schoonmoeder Maria en op Bándabou haar schoonvader met zijn nieuwe gezin. Alfredo senior heeft met zijn vrouw Lidia en zoon Ivan een toko en plantage op Santa Cruz. Dit is zo’n Portugese familie met een warm boerenhart.
Dus doen Yeimar en haar man wat ze nooit hadden gedacht: ze huren een landbouwterrein grenzend aan het huis van Maria, maken twee van de drie hectare schoon en gaan aan de slag als boer.
Die liefde en dat respect voor de natuur voel je direct als je het terrein van het familiebedrijf Di Nos Tera Organic Farm oploopt. Wat verderop raast het verkeer voorbij, maar hierbinnen heerst een serene rust. Daar op het land halen Yeimar en Andres onkruid weg tussen de jonge plantjes.
De boerderij levert aan één supermarkt. De kwaliteit moet top zijn. Op het land staan de gebruikelijke groentes, zoals komkommer, okra, koriander en lente-ui. Maar ook kousenband en tayerblad.
“We planten wat onze afnemer vraagt. Dan weet je zeker dat je de oogst verkoopt. We willen ook niet te veel van eenzelfde gewas telen. Dan bederf je de markt.”
Tayerblad doet het goed op een beschutte plek. Want in de felle zon verkleuren de blaadjes. In de hete maanden vergeelt het blad van de meeste planten en dan levert de oogst minder op.
“We willen de helft van de plantage met schaduwgaas afdekken. Dat laat wel licht door, maar beschermt de blaadjes tegen de felle zon.”
Bijna vijf jaar later kunnen ze leven van de verkoop aan de supermarkt. Want als ze ergens aan beginnen, gaan ze er helemaal voor. Wat goed is, kan altijd beter. Als er wat geld overblijft investeren ze dat direct in de eerste slangen en druppelregelaars van een ‘drip system’. Dat bespaart veel tijd én water.
De gewassen op het land zijn allemaal aangesloten op het irrigatiesysteem. De plantjes krijgen gedoseerd water uit de druppelaars. Dat loopt via twee putten, een waterbak, pijpen en slangen. Het grondwater vult de waterbak met pompen op zonne-energie. Vandaar gaat het via dikke pijpen naar de akkers.
“We draaien om de zoveel tijd een kraan open of dicht. Zo krijgt steeds een deel van het terrein water. Ondertussen kunnen we zelf andere dingen doen.”
Zuinig omgaan met water past helemaal in de filosofie van ‘Di Nos Tera Organic Farm’. De familie heeft een doel. Ze willen dat de boerderij honderd procent biologisch draait. Dat is al bijna zo ver.
Soms kan het niet anders en gebruiken ze een chemisch middel tegen een insectenplaag. Maar ze hebben ook hun eigen mengsel tegen schimmels, bacteriën en insecten. Ze laten de blaadjes van de neem-boom weken in een emmer water. De planten blijven bovendien gezond met natuurlijke mest.
Het begint allemaal met het zaadje. Ze zoeken naar de beste optie voor het klimaat van Curaçao. Daarom komen de zaden uit het buitenland. Dan krijg je een mooie groene komkommer en een papajaboom met de lekkerste vruchten.
“Het is niet zo dat je een zaadje in de grond stopt en de rest gaat vanzelf. Komkommers bijvoorbeeld, moet je niet te dicht bij elkaar planten. Dan verrotten de jonge plantjes en ze komen niet op. De zaadjes van selderij strooi je juist gewoon uit en dan giet je er water over. Die basiskennis hebben wij van onze ouders en voorouders meegekregen.”
Hier op de boerderij zijn ze de hele dag buiten. De ‘kantine’ van de boerderij is onder een grote ficus. Het is daar heerlijk koel. Dit is de plek waar ze koffiedrinken en wat eten. Hier bespreken ze wat er nog moet gebeuren. Hier rusten ze uit in de hangmat. En dan weer aan het werk.
Ook de werkplaats is in de openlucht rond een grote tamarindeboom. Die geeft veel schaduw en dient voor het gemak meteen als kapstok voor van alles en nog wat. Hier repareren ze wat kapot is. Hier maken ze hun eigen biologische bestrijdingsmiddel. En hier doseren ze de vitamines voor de planten.
Onder deze boom maken ze de bestelling voor de volgende dag klaar. Dat is een secuur werkje van wassen, onkruid- en zandresten verwijderen en bosjes maken. De kratten worden afgedekt met natte jutte zakken. Zo blijven de groentes mooi vers tot de volgende ochtend. Dan wordt de bestelling afgeleverd.
“We doen bijna alles samen, als een team. Het zaaien, het wieden, het oogsten. We weten precies wat we aan elkaar hebben. Dit is geen baan van acht tot vier. We gaan door tot het werk af is, soms tot tien uur ’s avonds.”
Haar schoonmoeder Maria weet veel over de geneeskrachtige werking van planten en kruiden. Die kennis en oude tradities geeft zij weer door aan haar zoon en schoondochter. Maria verzorgt de kruidenplanten. Flor de Jamaica (hibiscus) bijvoorbeeld, en lemon grass (citroengras). Die zijn geneeskrachtig en lekker als thee.
Op de boerderij groeien verschillende bomen en kruiden die helpen tegen allerlei kwalen. Ze zijn er gewoon, zoals overal op Curaçao. Wie wil weten wat je bij een bepaalde kwaal het beste kan nemen, krijgt gratis advies. Dat zijn meestal kennissen, vrienden en familieleden.
Het kan van alles zijn. Thee van de blaadjes van de mangoboom bij buikpijn, van ‘yerba di hole’ tegen koorts, van de moringa bij griep en van de guave bij slapeloosheid. Zuurzak is in de kruidenwereld bekend als ‘natuurlijke chemokuur’ en de bittere ‘stone breaker’ werkt als niersteenvergruizer.
Ze helpen elkaar, Yeimar, Alfredo en zijn halfbroer Ivan Gonçalves van Plantage Santa Cruz. Samen zoeken ze op internet naar moderne teelttechnieken en innovaties. Heeft de een zaadjes nodig, dan krijgt hij die van de ander. Bestelt de een slangen dan doet hij dat ook voor de ander.
En natuurlijk vragen ze hun vader Alfredo senior vaak om advies. “Mijn schoonvader heeft heel veel putten geslagen. Hij heeft ons gewezen waar hier op ons terrein de beste plek is. We vragen hem altijd om raad als we ergens niet uitkomen.” Wat ze met elkaar gemeen hebben is die enorme liefde voor de groente- en fruitteelt.
“Als je oogst wat je zelf hebt geplant. De trots die je dan voelt. Het is een heel mooi gevoel. Zo’n lokaal geteelde groente of vrucht smaakt ook veel beter. Die bananen, zo zoet. Geïmporteerde koriander heeft nauwelijks een geur, maar die van Curaçao ruik je van verre. Dushi!”
This campaign is co-financed by the Ministry of Economic Development (MEO).